| Chloor- en zoutzwembaden. |
|
Zwemmen in met chloor behandelde baden is algemeen geaccepteerd. Het is voor openbare zwembaden zelfs wettelijk verplicht om een bepaald chloorgehalte in het water te hebben om ziektekiemen en schadelijke bacteriën geen kans te geven zich te vermeerderen. Hoe werkt chloor nu eigenlijk? Chloor is een zeer giftig gas, in water vormt het hypochloorzuur (HOCL) en zoutzuur (HCL). Het sterke zoutzuur zal zijn proton meteen afstaan aan een tweede watermolecuul: Cl2 (g) + 2 H2O (l) -> HOCl (aq) + Cl- (aq). Hypochloorzuur zal de eigenlijke desinfectie voor zijn rekening nemen, dit vind plaats door oxidatie. Dit wil zover zeggen dat de celmembranen van de bacteriën worden aangetast. Komt het hypochloorzuur echter in contact met organisch materiaal (haren, zweet, huidschilfers e.d.) dan worden er bijproducten gevormd. Deze bijproducten, chloraminen, zijn verantwoordelijk voor de typische chloorlucht en zijn zeer schadelijk. Onderzoek heeft aangetoond dat bij een concentratie boven de 340 microgram trichloramine per kubieke meter lucht de normale longfunctie wordt verstoord. Komt deze concentratie boven de 500 microgram per m3 dan is een zeer duidelijke irritatie merkbaar. De nadelen van chloorgebruik zijn ons allen bekend; rode ogen, droge huid en verkleurde zwemkleding zijn een aantal van de bekende effecten. Er zijn een aantal studies die aantonen dat het zwemmen in chloorbaden niet geheel zonder risico is. Een Nederlandse studie onder 600 badmeesters die werken in een openlucht zwembad, brengt dit werk in verband met een vermeerdering van het risico op ademhalingsproblemen. Het risico op sinusitis (bijholteontsteking), schorre stem en bronchiale hyperactiviteit ligt bij badmeesters 40% hoger. Voor de zwemmers is het zwemmen in gechloreerde baden ook niet echt gezond. Bij een onderzoek uit Italië onder dertig competitiezwemmers (gemiddelde leeftijd 14 jaar oud en allemaal vrij van astma) bleek na een reeks ademhalingstest dat 73% van hen allergisch was voor de klassieke luchtallergenen. Dat is bijna twee keer zoveel als het algemene gemiddelde. Daarnaast had 50% van de zwemmers last van bronchiale hyperactiviteit. Zowel de bronchiale hyperactiviteit als de allergiën zijn factoren die een voorspellende waarde hebben in verband met het verschijnen van astma. Daarnaast blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Leuven dat er een groot nadeel kleeft aan het babyzwemmen. Omdat de longen nog in ontwikkeling zijn kunnen de chloordampen schade aanrichten. Hierdoor hebben baby’s en peuters tweemaal zoveel kans om astma te ontwikkelen dan andere kinderen. Sedert enige tijd zijn er systemen die werken met zout in plaats van chloor. Het systeem heeft een lage concentratie zout (NaCl) in het water nodig. Normaal gezien is deze concentratie zo laag dat het niet zout smaakt. Door het zoute water langs een elektrolysecel te leiden zal er chloorgas worden gevormd wat weer reageert tot HOCL (Hypochloriet). Doordat het hypochloriet in dermate lage concentraties aanwezig is zal het nauwelijks merkbaar zijn. Nadat het hypochloriet zijn ontsmettende werk heeft gedaan vervalt het weer tot NaCl (keukenzout). Doordat het zout constant wordt hergebruikt hoeft er maar heel weinig worden toegevoegd in de loop van het zwemseizoen. Er zal geen zout uit het zwembad verdwijnen door verdampen. Door het backwashen van het zandfilter, overlopen, lekken en spatten zal er ook wat zout uit het zwembad verdwijnen, wat uiteindelijk moet worden aangevuld. Het gebruik van zout water in plaats van chloor kent vele voordelen. De belangrijkste zijn;
|